DOELSTELLINGEN VAN DE OPLEIDINGEN

Tweede graads

AF_Banner3

Korte schets van de 2e graads lerarenopleidingen binnen de UNA

Basiskenmerken

De 2e graads lerarenopleidingen Papiamentu, Engels, Nederlands en Spaans aan de UNA, ondergebracht bij de AF, leiden op tot het bachelorniveau. Het zijn opleidingen die op verschillende momenten en met verschillende basisuitgangspunten zijn gestart, maar die vanaf het academisch jaar 2005-2006, qua opzet en inhoud naar elkaar toe gegroeid zijn.

In vogelvlucht:

2001-2002 Papiamentu (TOP)
2002-2003 Papiamentu (verkort)
2004-2005 Papiamentu (overgangsfase richting nieuw model)
2005-2006 Papiamentu (nieuw curriculum)
2004-2005 Engels voltijd
2005-2006 Nederlands voltijd (en individueel)
2007-2008 Spaans voltijd

De 2e graads lerarenopleidingen, met uitzondering van de lerarenopleiding Spaans, hebben in het bestaan van de AF verschillende varianten gekend. Naast de voltijdvariant zijn dat de verkorte opleiding en het individueel traject. Redenen om deze varianten aan te bieden waren vooral gelegen in de maatschappelijke functie van de UNA en haar faculteiten, namelijk om het Antilliaanse burgers moge­lijk te maken een lerarenopleiding te volgen. In het voortgezet onderwijs werk(t)en regelmatig leraren die on- of onderbevoegd waren of zijn. Door een deeltijdstudie aan de UNA te volgen konden zij alsnog hun bevoegdheid behalen. Vanaf het studiejaar 2007 – 2008 zijn de verkorte leerroute en het individueel traject (de niet-voltijdvarianten) niet meer aangeboden. De AF heeft er voor gekozen om in al haar opleidingen te werken met een basiscurriculum dat door alle studenten wordt doorlopen. Voor de leraren die al werken en een 2e graaadsopleiding willen volgen, is een vrijstel­lingsregeling ontwikkeld. Zij kunnen vrijstellingen aanvragen. Wanneer die worden toegekend, leidt dat altijd tot verkorting van de leerroute. Om iedereen in staat te stellen het onderwijs te vol­gen, beginnen de onderwijsactiviteiten van de 2e graads lerarenopleidingen ’s middags om drie uur.

 

Korte beschrijving van de opleidingen

Deze paragraaf geeft een korte beschrijving van de opleidingen. De uitgebreide beschrijving van iedere opleiding apart, is onder een andere kop in deze website te vinden.

De 2e graads lerarenopleidingen van de AF leiden studenten op tot startbekwame hbo-professionals met het competentieprofiel leraar Papiamentu, Engels, Nederlands of Spaans op bachelorniveau.

De studieprogramma’s rusten op twee pijlers: de pijler vakmanschap (het taalinhoudelijke deel) en de pijler meesterschap (het beroepsinhoudelijke deel).

De basiscurricula zijn vanaf het studiejaar 2007-2008 ontwikkeld en jaar na jaar ingevoerd. Ze vervingen de toen bestaande curricula.

De curriculumvernieuwing is aan het eind van studiejaar 2010-2011 voltooid. Dan melden de eerste afgestudeerden, die dit curriculum in zijn geheel hebben doorlopen, zich op de arbeidsmarkt.

 

Competentiegericht opleiden en leren

De 2e graads lerarenopleidingen zijn opgezet volgens het gedachtegoed van het competentiegericht opleiden. Bij competentiegericht opleiden gaat het er om dat studenten leren om kennis, vaardigheden en houdingen geïntegreerd te gebruiken in complexe beroepssituaties. De studenten verwerven de competenties zo veel mogelijk zelfstandig. Zij zijn verantwoordelijk voor hun eigen leerproces. De docentsturing die in het begin van de opleiding nog sterk aanwezig is, maakt gaandeweg plaats voor zelfsturing door de student.

De rol van de opleiding is om studenten te ondersteunen bij het verwerven van de beoogde competenties, zodat ze kunnen functioneren binnen de onderwijssituatie van het voortgezet onderwijs. De student werkt, na voorbereiding en oriëntatie tijdens de propedeuse, in de postpropedeutische fase aan de verbreding, verrijking en verdieping van zijn (beroeps)competenties, dit alles in een actief, constructief en zelfgestuurd leerproces.

 

Het leerlijnenmodel 

De aandacht voor competenties, het werkplekleren, het werken met opdrachten, de toenemende verantwoordelijkheid van de student en de rol van de school bij het opleiden en beoordelen van de student waren bepalend voor de keuze van het didactisch concept van vier leerlijnen. De vier leerlijnen zijn: de werk-ervaringsreflectielijn (WER-lijn); de integrale lijn (I-lijn); de conceptuele- en vaardighedenlijn (CV-lijn) en de studieloopbaanbegeleidingslijn (SLB-lijn).

Het werken met opdrachten neemt een belangrijke plaats in binnen de leerlijnen. Door deze opdrachten uit te voeren ontwikkelt de student de competenties die hem tot een startbekwame leraar maken.

 

Beroepsvorming en vakvorming

De AF onderscheidt sinds het studiejaar 2007-2008 twee pijlers in de lerarenopleidingen, namelijk de pijler van de vakvorming (= taal) en de pijler van de beroepsvorming. Vakvorming leidt tot vakmanschap, beroepsvorming tot meesterschap. Deze pijlers vormen als het ware de benen waarop de competente, startbekwame docent staat in de uitoefening van zijn beroep als 2e graads leraar talen. De vier leerlijnen zijn in de twee pijlers herkenbaar aanwezig.

 

Het einddoel van de 2e graads lerarenopleidingen Papiamentu, Engels, Nederlands en Spaans bestaat uit zeven competenties. Deze competenties ontleent de AF aan de competentie­matrix van de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) in Nederland.

De zeven competenties zijn:

1.    interpersoonlijke competentie

5. competent in het samenwerken met collega’s

2.    pedagogische competentie

6. competent in het samenwerken met de omgeving

3.    vakinhoudelijke en didactische competentie

7. competent in reflectie en eigen professionele ontwikkeling

4.    organisatorische competentie

 

De competenties zijn in Nederland tijdens een uitgebreide veldraadpleging gevalideerd en vervolgens door de SBL vertaald in een set handelings- en gedragsindicatoren. De SBL heeft dat gedaan in samenspraak met de scholen voor voortgezet onderwijs, regionale opleidingencentra en studenten.

Een indicator is een omschrijving van een aspect van waarneembaar docentgedrag. Bijvoorbeeld bij competentie 1 is een indicator heeft in een les met elke leerling een keer contact (ook over niet lesgerelateerde zaken); laat leerlingen uitspreken en luistert naar wat leerlingen te zeggen hebben; heeft een goede verhouding tussen groepsaandacht en individuele aandacht en verdeelt aandacht over alle leerlingen.

De criteria van het Europees Referentiekader (ERK) zijn richtinggevend voor het taal­beheersingniveau. AF heeft voor de 2e graads lerarenopleidingen het streefniveau gesteld op C1.

Voor het kennisaspect in de 2e graads lerarenopleidingen spiegelt de faculteit zich aan de toenmalige kennisbases voor lerarenopleidingen van de ADEF (Algemeen Directeuren Overleg van Educatieve Faculteiten) in samenwerking met de SBL en het Ruud de Moor Centrum van de Open Universiteit in Nederland. Informatie hierover is te vinden op www.kennisbasis.nl. Interessant in dit verband is ook www.leroweb.nl). Bij de aanvang van de curriculumherzieningen in 2006 heeft de faculteit zich voor alle lerarenopleidingen georiënteerd op de toenmalige kennisbasis van de lerarenopleiding Engels.

Internationale borging ontstaat doordat de SBL-competenties en de kwalificaties van het ERK zijn gebaseerd op in Europees verband vastgestelde normen en uitgangspunten. De SBL-competenties hebben hun wortels in de Dublindescriptoren. Het ERK geldt voor de Europese Unie.

Internationale borging ontstaat voorts door het overleg met Nederlandse en regionale onderwijsinstellingen. Voorbeelden hiervan zijn het overleg met de HvA over de invoering van het concept Opleiden in de school en het overleg met de lerarenopleiding op Aruba in het kader van de curriculumherziening.

De Velon (Vereniging voor lerarenopleiders in Nederland) is voor de 2e graads leraren­oplei­dingen een belangrijke bron om nieuwe ontwikkelingen in het domein van de lerarenopleidingen bij te houden. De onderwijskundigen in de staf zijn lid van deze organisatie. Informatie vanuit de Velon wordt onder de medewerkers verspreid, zij ontvangen de digitale nieuwsbrief en het vakblad.

De bibliotheek van de UNA ontvangt op abonnement tijdschriften op het gebied van taal.

De 2e graads lerarenopleidingen beschikken over een eigen beroepenveld­commissie (BVC). De leden van de commissie zijn 2e graadsdocenten van scholen voor voortgezet en beroepsonderwijs op Curaçao. De BVC stemt in met het gegeven dat de SBL-competenties, het ERK en de kennisbasis van de ADEF samen het inhoudelijk kader vormen van de 2e graads lerarenopleidingen van de AF.

Tijdens de bijeenkomsten met de BVC is het inhoudelijk kader aangevuld met het Curaçaose beroepsprofiel van de 2e graads leraar. In dit profiel zijn aspecten benoemd die specifiek zijn voor de 2e graads leraar op Curaçao

Naast de bijeenkomsten met de beroepenveldcommissie zijn er veelvuldig contacten tussen de opleidingen en de werkplekbegeleiders en er worden regelmatig overleggen gearrangeerd met de schoolbesturen. Binnen al deze geledingen is het inhoudelijk kader waar de opleidingen vanuit gaan, geaccepteerd.